Lofrede Thea Geurtsen

Lofrede

Na meer dan 30 jaar trouwe dienst bij Huis van de Wijk Lydia aan het Roelof Hartplein in Amsterdam-Zuid heeft Thea Geurtsen dit voorjaar afscheid genomen. Haar pensionering is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Bij haar afscheid werd ze benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau en kreeg ze van wethouder Udo Kock de bijbehorende versierselen opgespeld. Thea was een van de ‘stille krachten’ die bij het werken aan het proefschrift steeds op mijn netvlies stond.

Een kenmerk van de sociale sector is dat hypes en modes elkaar in hoog tempo opvolgen. Sociale vernieuwing, wijkaanpak, outreachend werken, vraaggericht werken, achter de voordeur, burgerkracht, sociale wijkteams, het is maar een kleine greep uit de trends die in de afgelopen decennia over het sociaal werk neerdaalden. Daar komt nog eens bij dat al die trends vergezeld gingen van fusies, reorganisaties, kantelingen en wat beleidsmakers en managers in de loop van de tijd verder zoal in petto hadden. Rust in de werkomgeving was er nooit bij.
Gedurende alle veranderingen bleef Thea stoïcijns doen waar ze goed in is: mensen activeren en met elkaar verbinden. En ze werd er steeds beter in. Dat laatste is niet vanzelfsprekend, want niet iedereen kon voldoende op waarde schatten wat het betekent om vrijwilligers telkens opnieuw te motiveren, hen met elkaar samen te laten werken, hen een ‘thuisgevoel’ te geven in het buurthuis of het huis van de wijk. Dus moest Thea het iedere keer opnieuw weer uitleggen. Aan de collega’s, aan de leidinggevenden, aan de ambtenaren van het stadsdeel. Dat is ze gedurende al die jaren blijven doen, met veel geduld en niet aflatend enthousiasme. Soms wel met de verzuchting: ‘snappen ze het nou nog niet’, maar dat liet ze zelden merken. Thea bleef er monter bij kijken en zorgde dat iedereen die mee wilde doe, mee kon doen en mee bleef doen.
Hoeveel vrijwilligers heeft Thea in de afgelopen ruim dertig jaar gemotiveerd, ondersteund, gecoacht, een stap verder geholpen in het leven? Waren het er tweehonderd, driehonderd, vijfhonderd? We weten het niet precies, maar het waren er ontelbaar veel. Thea zelf heeft zich er nooit op laten voorstaan. Haar kracht is dat ze een ‘stille kracht’ is. Ze treedt nauwelijks op de voorgrond, ze weet wanneer ze actief moet zijn en wanneer ze het beter even aan anderen over kan laten. Maar bovenal weet ze steeds wie er in huis zijn, wat die mensen op de lever hebben, waar ze vol van zijn, met welke vragen ze zitten en wat ze te bieden hebben. Op die manier weet Thea mensen er telkens bij te betrekken en met elkaar in contact te brengen. Of het nu gaat om het in aanraking brengen van cliënten uit de GGZ met groepen wandelaars, of dementerende ouderen met groepen peuters. In dat opzicht was Thea in de afgelopen decennia een pionier van de participatiesamenleving en een voorbeeldige sociale professional.

arrow-left

Pijn en genot op #Krachtproef14


Previous post